Deel deze pagina

Evaluatie

Leerlingenevaluatie

(Hoofdstuk 8 uit het Academiereglement d.d. juni 2018)

 

Artikel 45 
§1. Breed artistiek vormen

De academie is een plaats waar leerlingen komen om iets te leren. Het is dan wel een naschoolse activiteit, een hobby, maar het hoofddoel is de leerling iets bij te brengen in een bepaalde kunstdiscipline.

Het DKO sluit nauw aan bij de ontwikkelingen in de hedendaagse kunstenwereld. Kunstenaars werken daarin vaak samen over de disciplines heen en dienen van vele markten thuis te zijn. Het DKO biedt kansen om veelzijdig competent te worden.

De academie richt zich daarbij naar het studieprofiel kunstonderwijs (opgesteld door deskundigen van het hoger kunstonderwijs, DKO, het kunstsecundair onderwijs en de artistieke sector):

1. individuele gedrevenheid tonen: de leerling vertrouwt op eigen expressiemogelijkheden en wil zijn creatieve resultaten tonen;

2. creëren en (drang tot) innoveren: de leerling komt actief en uit zichzelf met artistieke vormgevingen, benaderingen en inzichten;

3. vakdeskundigheid inzetten: de leerling zet verworven kunstvorm specifieke kwaliteiten in bij het gebruik van een artistieke uitdrukkingsvorm;

4. onderzoeken: de leerling analyseert, reflecteert en communiceert over proces en product;

5. relaties bouwen en samenwerken: de leerling kan eigen talent en deskundigheid ten dienste stellen van het gemeenschappelijk artistiek doel of project;

6. presenteren: de leerling toont proces en/of product aan een publiek.

De slotsom is dat leerlingen in het DKO als mens gevormd worden en het unieke in elk “ik” aangescherpt wordt.

 

§2.Breed artistiek evalueren

Wanneer we breed willen vormen, volstaat een enge, beoordelende en vergelijkende evaluatievorm die zich voornamelijk focust op het technische aspect niet langer. Een brede artistieke vorming vraagt noodzakelijk om breed artistiek evalueren.

In De Academie Londerzeel zijn we reeds een aantal jaren op weg naar een andere manier van evalueren. Zo hebben rigide cijfers plaats moeten maken voor letters, met de bedoeling om de aandacht te verleggen naar wat de leerkracht of jury te zeggen heeft als feedback. Ook in ons Artistieke Pedagogisch Project vind je de “holistische benadering” terug die eigen is aan de brede vorming.

Evalueren is daarbij niet enkel een middel om te meten maar eerder een principe dat het leren zelf stimuleert en voedt. Eerder een vorm dus om het groeipotentieel van de leerling in kaart te brengen en te begeleiden.

 

§3. Evaluatieprincipes

Veelzijdig We observeren de leerling vanuit verschillende rollen: als vakman, kunstenaar, performer, onderzoeker en samenspeler. Feedback wordt verwoord met aandacht voor de unieke persoonlijkheid van elke leerling.

Veelvormig Feedback komt niet alleen van de eigen leerkracht, maar ook van andere leerkrachten of externen; en van verschillende evaluatiebronnen (observatie, toetsing, zelfevaluatie, peerevaluatie) en uit een veelheid aan activiteiten / toonmomenten / klasexamens / openbare proeven en permanente evaluatie.

Voortdurend De leerkracht die iedere les feedback geeft evalueert voortdurend en kijkt regelmatig terug naar de ontwikkeling over langere perioden.

Voedend Evaluaties stimuleren de leerling om de volgende stap te zetten. Feedback beantwoordt belangrijke vragen: Vanwaar kom ik? Waar sta ik nu? Wat zijn de kansen om mij verder te ontwikkelen? En hoe kan ik dat doen?

Veeleisend De academie engageert zich om de artistieke competenties van elke leerling zo ver mogelijk te ontwikkelen. Elke evaluatie bevat punten die de leerling uitdaagt om de lat voor zichzelf telkens hoger te leggen.

 

§4. Vijf rollen

In competentiegericht onderwijs zijn kennis, vaardigheden en attitudes constant met elkaar verweven. Elke competentie wordt verder verfijnd in concrete leerdoelen.

In de academie stellen wij ontwikkelingsgericht werken voorop. Dat betekent dat het ontwikkelen van competenties gebeurt met focus op toenemende kwaliteit, groeiende zelfstandigheid, oplopende complexiteit en stijgende eigen inbreng van de leerling.

De brede ontwikkeling die we beogen in de academie wordt concreet uitgewerkt in 5 rollen die samen leiden tot de ontwikkeling van een “unieke ik”. Dit zijn: de vakman, de performer, de kunstenaar, de samenspeler en de onderzoeker. Deze rollen zal je op elke evaluatiefiche terugvinden. Onder elke rol wordt op elke fiche steeds in enkele kernwoorden of –zinnen uitgelegd wat hieronder verstaan wordt voor dat specifieke vak.

Vakman: deze rol refereert naar alles wat met het vaktechnische te maken heeft. Vakkennis, beheersen van techniek en basisvaardigheden staan hier voorop. Werken aan kwaliteit en aan het ontwikkelen van een goede werkhouding.

Performer: deze rol refereert naar alles wat je tijdens een performance kan zien. We willen bij de leerlingen het tonen met kwaliteit ontwikkelen en het zich eigen maken van de codes van het tonen, zodat zij in staat zijn een publiek te raken. De performer bouwt ook aan een eigen repertoire.

Kunstenaar: deze rol refereert naar alles wat het vaktechnische overschrijdt. Het zich op persoonlijke wijze uitdrukken, zich inleven, verbeelden en creëren zijn essentiële elementen die we de leerlingen willen bijbrengen.

Samenspeler: deze rol refereert naar alles wat met attitudes te maken heeft. Samenspeler heeft in dit geval eerder de Engelse betekenis van het woord team player. We stimuleren de leerling om respect te tonen, om feedback te leren geven maar ook te ontvangen, initiatief te nemen en alert te zijn voor wat er gebeurt op een podium.

Onderzoeker: deze rol refereert naar hoe je zelf als kritische leerling op zoek gaat naar meer informatie, uitdaging, … Openstaan voor het onbekende en nieuwsgierig zijn, zelfstandig aan de slag gaan met materiaal, eigen sterktes en werkpunten (h)erkennen, en de eigen horizon verruimen.

 

§5. Wanneer, hoe en door wie wordt er geëvalueerd?

Permanente evaluatie en voortdurende feedback vormen de rode draad doorheen en tegelijkertijd de motor van het hele evaluatieproces. Elke les geeft de leerkracht feedback. Zo weet de leerling op elk moment in het proces vanwaar hij komt, waar hij zich bevindt, welke doelstelling hij op korte en lange termijn te bereiken heeft  en wat de volgende stap is om die te bereiken.

Daarnaast treedt elke leerling minimaal twee keer per jaar op tijdens een toonmoment waar hij individueel evalueerbaar is. Toonmomenten kunnen allerlei vormen aannemen (concerten, voorstellingen, klasoptredens, grote en kleine producties, per discipline/vak of multidisciplinair, voor een groot publiek of kleinschalig in klasverband, …).

Op toonmomenten hoeven niet altijd volledig afgewerkte producten gepresenteerd te worden, soms kan er gefocust worden op beperkte aspecten/rollen.

De leerkracht houdt zorgvuldig bij welke leerlingen aan welbepaalde toonmomenten hebben deelgenomen, zorgt voor een schriftelijke neerslag van de evaluatie in de daaropvolgende evaluatiefiche en verwittigt de directeur ruim op voorhand van een aankomend toonmoment. De evaluatie wordt ofwel aansluitend op het toonmoment met de leerlingen besproken of ten laatste de daaropvolgende les.

Aan het einde van het schooljaar wordt er zeker een afsluitend toonmoment voorzien. Het openbaar examen of klasexamen beschouwen wij in dit opzicht eerder als een toonmoment dan wel een examen.

De leerling ontvangt 3x per schooljaar via e-mail een evaluatiefiche.

-        1ste trimster

-        2de trimester

-        Einde schooljaar

 

Enkel voor de vakken muziekatelier, woordatelier en alle dansvakken gebeurt dit pas voor de krokusvakantie en op het einde van het schooljaar.

Bij sommige vakken zal er ook een ‘waardering’ gegeven worden bij de competenties of rollen (uitstekend, zeer goed, goed, voldoende of onvoldoende).

Op het einde van het schooljaar zie je op de evaluatiefiche d.m.v. de bewoording geslaagd/niet geslaagd of de leerling klaar is om naar het volgende jaar door te stromen. Deze bepaling gebeurt op basis van het afgelegde examen, de evolutie die de leerling binnen dat schooljaar heeft afgelegd, alsook op basis van zijn aanwezigheid in de lessen. Leerlingen die niet slagen, kunnen maximaal één keer per graad hun traject verlengen. De moeilijke beslissing om een leerling een herkansingsjaar op te leggen wordt zeer goed overwogen en besproken binnen het team en de jury.

Samenstelling van evaluatiecommissie: enkel bij eindjaren van een graad wordt er een openbare proef georganiseerd waarbij er minstens 1 extern jurylid wordt uitgenodigd. De directeur of een plaatsvervanger zit de examencommissie voor en notuleert de commentaren in de evaluatiefiches.

Bij alle andere examens wordt er door collegae leerkrachten feedback gegeven.

 

§6. Toelichting evaluatiefiches per domein

DOMEIN MUZIEK

Muzieklabo jongeren en volwassenen / muziekgeschiedenis

Per module, dus per trimester wijzigen er 2 basisvaardigheden in de rol vakman, naargelang de module die door de leerling wordt gevolgd.

Elke competentie wordt via een drop down-menu geëvalueerd. Keuze uit onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed of uitstekend. Per trimester is er ook een feedbackveld beschikbaar voor een algemene commentaar.

De leerling is niet geslaagd wanneer over de 3 trimesters heen 4 onvoldoendes staan in de grijze zones. De grijze zones werden vooraf vastgelegd en slaan voornamelijk op de basisvaardigheden die per module moeten worden bereikt (de rol van de vakman dus), alsook op de rol van de samenspeler en onderzoeker. Tijdens het laatste trimester evalueert een jury bij de leerlingen Muzieklabo III.3 jongeren de twee basisvaardigheden onder de rol van vakman.

Muziekatelier

Onder elke rol zijn er competenties geformuleerd. De meeste bevinden zich onder de rol van de vakman. De leraar evalueert deze competenties voor de krokusvakantie via een drop down-menu met als keuze: onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed of uitstekend. Daarnaast schrijft de leraar een globaal commentaar in het tekstveld.

De leerling is niet geslaagd wanneer in de fiche EINDE SCHOOLJAAR 3 onvoldoendes staan in de grijze zones. De grijze zones situeren zich onder de rol van vakman en samenspeler. Tijdens het laatste trimester worden sommige competenties beoordeeld door de jury (puntenlijst) en andere door de leerkracht.

Instrument / zang klassiek en musical-muziektheater

Elk trimester schrijft de leraar per rol een feedback in een tekstveld. Onderaan geeft hij een globale beoordeling. Keuze uit: onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed of uitstekend. Op het einde van het schooljaar geeft de jury feedback over de rollen vakman, performer en kunstenaar; de leraar over de rollen samenspeler en onderzoeker. In de fiche einde schooljaar bepaalt de leraar in samenspraak met de jury of de leerling geslaagd of niet geslaagd is.

Groepsmusiceren instrumentaal/vocaal/musical-muziektheater en Atelier musical-muziekttheater

Voor deze vakken heeft de leraar 1 groot feedbackveld over de rollen vakman, performer, kunstenaar en onderzoeker heen. Ook werd er hier een drop down-menu voorzien met de keuze: onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed of uitstekend. Bij de rol van samenspeler is er een apart feedbackveld. Ook werd er hier een drop down-menu voorzien met de keuze: onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed of uitstekend.Dit drop down-menu bij de rol van de samenspeler is doorslaggevend in de bepaling of de leerling geslaagd is of niet. De leerling is niet geslaagd wanneer hij over het hele schooljaar 2 onvoldoendes heeft bij de rol van de samenspeler. Hiermee willen we het belang van aanwezigheid en verantwoordelijkheid benadrukken. Zonder deze attitudes kan men niet tot samenspel of samenzang komen.

BP / Muziektheorie / Compositie

Elk trimester heeft de leraar 1 groot feedbackveld over de rollen vakman, performer, kunstenaar, samenspeler en onderzoeker heen. Ook werd er hier een drop down-menu voorzien met de keuze: onvoldoende, voldoende, goed, zeer goed of uitstekend.

In de fiche einde schooljaar bepaalt de leraar in samenspraak met de jury of de leerling geslaagd of niet geslaagd is.

DOMEIN WOORDKUNST-DRAMA

Woordatelier

Aan de leerling en ouder wordt een kort woordje uitleg gegeven over hoe elke les eigenlijk al een feedbackmoment is, waardoor de leerling zich kan ontwikkelen in de verschillende rollen. Ook wordt er op kindermaat uitgelegd wat elke rol juist inhoudt.

De leraar vult 1 algemeen feedbackveld voor de krokusvakantie, waar hij zijn feedback over alle rollen kwijt kan. Op het einde van het schooljaar wordt deze feedback geformuleerd door de jury en de leraar. Samen beslissen zij of de leerling geslaagd is of niet.

Woordstudio, dramastudio, theater, verteltheater-stemregie, tekst schrijven- en vertolken, theater maken, dramalab

Onder elke rol zijn een aantal competenties opgesomd. De leraar evalueert op het einde van trimester 1 en 2 de rollen via tekstveld voor 1 groot feedbackveld over de rollen heen.

Op het einde van het schooljaar wordt er op de evaluatiefiche feedback door de jury gegeven wat betreft de rollen vakman, kunstenaar en performer. De leerkracht noteert feedback over de rollen samenspeler en onderzoeker. In samenspraak met de jury wordt dan bepaald of de leerling geslaagd is of niet.

DOMEIN DANS

Onder elke rol formuleerde het dans-team competenties. Voor de krokusvakantie worden alle competenties geëvalueerd. Dit doet men d.m.v. een punt te geven. Elk punt is gelinkt aan een woord dat op de fiche van de leerling te zien is. De leerling ziet dus niet het punt. Keuze: 4 (onvoldoende), 6 (voldoende), 7 (goed), 8 (zeer goed), 10 (uitstekend).
Op het einde van het schooljaar geeft de jury ook punten. Dit voor de competenties onder de rollen vakman, kunstenaar en performer. Hierbij wordt wel een globaal cijfer per rol gegeven. De leraar vult de cijfers in voor de rollen samenspeler en onderzoeker. De punten die de leerkracht per competentie geeft, worden per evaluatiefiche opgeteld en dit resulteert per fiche in een eindpunt, wat niet zichtbaar is voor de leerling. Het verschil tussen de verschillende graden zit in het gewicht dat elk trimester heeft in de berekening van het jaartotaal. Naast een waardering (uitstekend, zeer goed, goed, voldoende of onvoldoende) per competentie krijgt de leerling elke evaluatiefiche ook een algemene feedback te zien die de leraar noteert in het tekstveld. Op het einde van het schooljaar is zowel feedback van de jury als van de leerkracht mogelijk.

De leerling is geslaagd wanneer de leerling minstens 60% behaalt.

-50% van het eindtotaal komt van de evaluatiefiche krokus
-50% van het eindtotaal komt van de evaluatiefiche einde schooljaar

Op de fiche van de leerling verschijnt, naast de woorden van jury en leerkracht, enkel ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’.

Artikel 46  Eindbeoordeling

Aan het einde van het schooljaar, het einde van een graad of aan het einde van een kortlopend traject bepaalt de leerkracht in samenspraak met de directeur en de jury of een leerling de competenties van dat jaar, de basiscompetenties (eerste, tweede en derde graad), de beroepskwalificaties (vierde graad) of het relevant geheel van specifieke eindtermen en basiscompetenties (kortlopende trajecten) verworven heeft. De beslissing wordt gestaafd aan de hand van de geschreven neerslagen (eigen evaluaties van de leerkracht, feedback en evaluatie van externen, zelfevaluaties, peerevaluaties, …) van de toonmomenten en lesmomenten, en de evaluatiefiches. De eindbeoordeling vermeldt dus: ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’.

Artikel 47      Een leerling die door overmacht of gewettigde afwezigheid een evaluatiemoment en/of opdracht niet kan volbrengen, neemt hierover met de directie contact op en bezorgt de directie binnen de 3 kalenderdagen de nodige verantwoordingsdocumenten (bv. doktersattest). Indien deze afwezigheid reeds lang op voorhand is gekend, stel ons dan ruim op voorhand in kennis. Er zal dan in samenspraak met de leerling en leerkracht een nieuwe datum voor een uitgestelde proef worden vastgelegd.

Artikel 48    Wie meer dan 1/3 van de lessen ongewettigd afwezig was, is niet geslaagd voor het betreffende leerjaar.

Artikel 49    De leerlingen zijn verplicht deel te nemen aan de evaluatieactiviteiten.

Artikel 50   Elke geslaagde leerling verkrijgt op het einde van het schooljaar een bewijs van competenties.

Indien een leerling alle beroepskwalificaties heeft verworven (aan het einde van de vierde graad) ontvangt hij een bewijs van beroepskwalificatie.

Artikel 51   Leerlingen kunnen binnen een graad voor eenzelfde optie het leertraject met maximaal een jaar verlengen.