Deel deze pagina

Evaluatie

Leerlingenevaluatie

(Hoofdstuk 8 uit het academiereglement d.d. 25 juni 2019)

 

Artikel 45      

§1. Basisprincipes van de visie rond het transparant, valide en betrouwbaar evalueren van de leerlingen.

Gebaseerd op ons APP streven we een brede artistieke ontwikkeling na.

We zetten in op de ontwikkeling van competenties binnen de rollen van vakman, kunstenaar, onderzoeker, samenspeler en performer.

De vooruitgang en ontwikkeling van onze leerlingen op die gebieden beschrijven we in onze evaluaties.

 

In de ontwikkeling van VAKMANSCHAP staan techniek, vakkennis, oefenen, werkdiscipline, concentratie en aandacht voor afwerking centraal.

In het gebied van het KUNSTENAARSCHAP zijn de centrale begrippen: maken, experimenteren, spelen, verbeelden en uitdrukken.

Bij de ONDERZOEKER is de kern de ontwikkeling van een artistieke nieuwsgierigheid en de ontwikkeling van kritisch kijken naar de omgeving en zichzelf.

Bij de SAMENSPELER beogen we de ontwikkeling van de samenwerkingscompetenties zoals verantwoordelijkheid opnemen, respect hebben voor elkaar, aanwezig zijn en samen kunnen werken.

In de rol van PERFORMER staat het zichzelf presenteren centraal waarbij wordt gekeken naar durf, podiumbewustzijn en contact met het publiek maken. Ook het zich voorbereiden op een voorstelling maakt deel uit van deze ontwikkelingsdoelstelling.

 

We streven naar een doorgedreven vorming: we stimuleren elke leerling om zich zo ver als mogelijk te ontwikkelen. Omdat leerlingen niet alleen van elkaar verschillen in beginniveau, interesse, leerstijl en - tempo, maar ook in ambitie en verwachtingen mikken we op het leveren van maatwerk.

Dit neemt niet weg dat stilstaan bij het leerproces ook deel moet uitmaken van het onderwijstraject. Wij hebben zowel oog voor de ontwikkeling van de leerling als zijn/haar resultaat.

We streven naar een rapportering  die waarderend en voedend is.

De leerling krijgt concrete aanwijzingen over de volgende stap in zijn/haar artistieke ontwikkeling.

 

§2.De academie bepaalt de wijze waarop de evaluatie gebeurt en zal in de loop van het schooljaar op regelmatige basis en tijdig communiceren over hoe deze concreet verloopt, met name over:
- de tijdstippen waarop de evaluatiemomenten en/of –opdrachten plaatsvinden
- de vorm waaronder evaluatiemomenten en/of –opdrachten worden georganiseerd
- de te bereiken competenties en te beheersen materies met het oog op de evaluatiemomenten en/of –opdrachten

 

Wat wordt er geëvalueerd?

We doen in onze academie aan proces- en productevaluatie. De productevaluatie bestaat uit 2 toonmomenten. Beide aspecten krijgen aandacht op de 2 evaluatiefiches.

 

Wanneer worden er toonmomenten georganiseerd?

Er wordt voor alle vakken 2x een toonmoment per schooljaar georganiseerd.

  • TM1=Toonmoment 1: voor krokus
  • TM2=Toonmoment 2: voor einde schooljaar

 

In welke vorm worden toonmomenten georganiseerd?

Een toonmoment kan naargelang de inhoud van het vak in verschillende vormen worden georganiseerd:

-        Klasconcerten

-        Voorstellingen

-        Open lesmomenten

-        Interne schriftelijke proef of mondelinge proef

-        Up-, Inter- of Topgrade toonmoment op het einde van schooljaar

-        …

Wat wordt er op een toonmoment getoond?

 

De inhoud van het toonmoment is vakgebonden en wordt in vakoverleg vastgelegd.

 

Waarop baseren we ons tijdens het jureren op toonmomenten?

 

We (externe juryleden en collega’s) baseren ons bij het jureren op een kijkwijzer om naar leerlingen te kijken en hun ontwikkeling m.b.t de rollen vakman, kunstenaar en performer in kaart te brengen. Deze kijkwijzer is gebaseerd op de vaktechnische competenties per graad aangevuld met generieke competenties over de rollen kunstenaar en performer heen.

 

Wanneer ben je geslaagd of niet geslaagd?

 

De bepaling gebeurt op basis van de afgelegde toonmomenten, de evolutie die de leerling binnen dat schooljaar heeft afgelegd, alsook op basis van zijn aanwezigheid in de lessen. Leerlingen die niet slagen voor alle opleidingsonderdelen, kunnen maximaal één keer per graad hun traject verlengen. De moeilijke beslissing om een leerling een herkansingsjaar op te leggen wordt zeer goed overwogen en besproken binnen het team en de jury. De leerkracht, in samenspraak met de jury, en de directeur bepalen samen de eindconclusie.

 

Wie evalueert op welke toonmomenten?

 

Bij de 2 toonmomenten kan het verschillen wie als evaluator wordt aangeduid.

 

Enkel bij eindjaren van een graad wordt er een up- of topgrade toonmoment georganiseerd waarbij er minstens 1 extern jurylid wordt uitgenodigd. De directeur of een plaatsvervanger zit de examencommissie voor.

Bij de intergrade toonmomenten wordt er door collegae leerkrachten feedback gegeven.

 

Bij toonmoment 2 (TM2) delen we de leerlingen op in 3 verschillende groepen. De groep waarin je terecht komt, hangt af van de graad en het leerjaar waarin je bent ingeschreven.

  • INTERGRADE:
    • Langlopende studierichtingen: 1.1, 2.123, 3.12, 4.12
    • Kortlopende studierichtingen:
      • Muziekgeschiedenis: C.1, C.2
      • Specialisatie: SP.1
    • UPGRADE: 1.2, 2.3v en 2.4, 3.3
    • TOPGRADE: 4.3
      • Kortlopende studierichtingen:
        • Muziekgeschiedenis: C.3
        • Specialisatie: SP.2

 

§3.Een leerling die door overmacht of gewettigde afwezigheid een evaluatiemoment en/of opdracht niet kan volbrengen, neemt hierover met de directie contact op en bezorgt de directie binnen de 3 kalenderdagen de nodige verantwoordingsdocumenten (bv. doktersattest). Indien deze afwezigheid reeds lang op voorhand is gekend, stelt de leerling de directie dan ruim op voorhand in kennis. Er zal dan in samenspraak met de leerling en leerkracht een nieuwe datum voor een uitgestelde proef worden vastgelegd.

 

Wie meer dan 1/3 van de lessen ongewettigd afwezig was, is niet geslaagd voor het betreffende leerjaar.

 

§4. De academie rapporteert op basis van de evaluatiegegevens aan de leerling/ouders 2 keer per jaar over de leervorderingen van de leerling via een schriftelijke neerslag in de vorm van een evaluatiefiche. Er wordt feedback genoteerd op de desbetreffende evaluatiefiche onderaan in het vak TIPS VAN JE LEERKRACHT + FEEDBACK TOONMOMENT.
Daarboven wordt steeds het type toonmoment en de datum vermeld. We formuleren ook feedback zodanig dat leerlingen en leerkrachten ermee vooruit kunnen. Leerlingen met elkaar vergelijken en zo een rangschikking opbouwen vinden we niet belangrijk.

 

Bij het formuleren van feedback houden we rekening met volgende aspecten:

  • Aandacht voor de balans tussen positieve punten en werkpunten.
  • Actief geformuleerd in een voor leerlingen toegankelijke taal.
  • Aanmoedigend waar kan, problemen benoemen waar nodig.

 

We werken in onze academie niet meer met punten. De leerling krijgt dan ook geen meetbaar resultaat te zien.

Mondelinge feedback wordt na elk toonmoment mogelijk gemaakt.

 

 

Artikel 46  Beoordelingsprocedure

 

Aan het einde van het schooljaar, het einde van een graad of aan het einde van een kortlopend traject bepaalt de leerkracht in samenspraak met de directeur en de jury of een leerling de competenties van dat jaar, de basiscompetenties (eerste, tweede en derde graad), de beroepskwalificaties (vierde graad) of het relevant geheel van specifieke eindtermen en basiscompetenties (kortlopende trajecten) verworven heeft. De beslissing wordt gestaafd aan de hand van de geschreven neerslagen (eigen evaluaties van de leerkracht, feedback en evaluatie van externen, zelfevaluaties, peerevaluaties, …) van de toonmomenten en lesmomenten, en de evaluatiefiches. De eindbeoordeling vermeldt dus: ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’.